Wat een Rotterdamse installatie meestal mankeert
Rotterdam is een stad van gelaagde bebouwing: naoorlogse blokken naast nieuwbouwtorens, bedrijfsruimte onder woonlagen, en op het havengebonden terrein loodsen die om de paar jaar een andere huurder kregen. Die gelaagdheid zien wij terug in de techniek. Een pand aan de zuidoever heeft vaak drie generaties apparatuur tegelijk: een oude analoge lus die niemand durft weg te halen, een recorder uit de tussenfase en een handvol netwerkcamera's die er los bij zijn gehangen. Het beeld op de monitor oogt compleet, maar de opname loopt maar over een deel van de kanalen.
Een tweede terugkerend punt is zeeklimaat. Zilte lucht en aanhoudende wind tasten wandbeugels, wartels en kabeldoorvoeren sneller aan dan landinwaarts. Wij treffen in havengebied regelmatig behuizingen aan waar water via de kabelinvoer naar binnen kruipt, met beslagen glas en wegvallende infraroodverlichting als gevolg. Zoiets ziet u niet op een schermpje overdag; het valt pas op als u 's nachts beeld nodig heeft.
Het derde punt is eigenaarschap. Bij verhuurde bedrijfsruimte en bij gemengde complexen is regelmatig onduidelijk wie beheerder is van de recorder, wie mag meekijken en wie beelden mag exporteren. Wij brengen dat in kaart voordat wij technisch iets aanraken, want zonder duidelijke rolverdeling is een herstelplan niet uitvoerbaar.

